Voor een interview in het Reformatorisch Dagblad, zie: de site van het RD
Vraag - Om te beginnen, Gerbrand, waar stond je wieg?
Gerbrand - Op het eiland Texel. Ik werd geboren op
4 oktober 1932 bij Oosterend.


Vr - Je hebt in je leven dus heel wat vogels gezien.
G - Vogels en schapen, want zoals je weet is Texel
ook een echt schapeneiland.


Vr - Wanneer ben je begonnen met schrijven?
G - Heel vroeg. Ik was een jaar of acht /negen toen ik al verhaaltjes schreef en stripjes tekende


Vr - Waarom ben je later opgehouden met tekenen?
G - Ik wilde me vooral toeleggen op het schrijven. Bovendien was tekenen niet mijn sterkste kant. Een boom of een huis kreeg ik nog wel mooi op papier, maar mensen of dieren tekenen is heel moeilijk. Gelukkig zijn er genoeg goede illustratoren.


Vr - Vonden ze het bij je thuis niet vreemd dat je
bezig was met schrijven en tekenen?
G - Nee hoor, dat vonden ze juist leuk. Mijn vader was zelf ook altijd aan het schrijven en dichten. Hij was de volksdichter van Texel. Daar noemden ze hem: 'Huib de Rijmelaar'.


Vr - Schreef hij ook kinderboeken?
G - Een hele stapel. Jammer genoeg zijn ze allang uitverkocht. Soms vind ik er nog wel eens een in een tweedehands-boekenwinkel. Dan heb ik een goeie dag. 


Vr - Je volgt met het schrijven dus je vaders voorbeeld.
G - Beslist! Maar toch was ik zonder deze vader ook wel gaan schrijven. Zoiets zit in je of je wilt of niet. ' t Is een aanleg. Andere mensen kruipen zodra ze uit de box zijn achter de piano of ze lopen op hun vijfde al met hamers en boren te sjouwen.


Vr - Wat vind je nou zo leuk aan het schrijven?
G - Leuk? 't Is knap moeilijk hoor. Je moet aan zoveel dingen tegelijk denken en je weet nooit of het zo wordt als je wilt. Maar ergens wil ik natuurlijk graag schrijven, anders was ik er allang mee gestopt.



Vr - Je vindt het boeiend?
G - Ja, dat is het goede woord. Je duikt helemaal onder in zo'n boek en maakt alles zelf mee. Je kent je personen op 't laatst zo goed, dat het gewoon kennissen van je zijn geworden. Daarom betekent een boek veel meer voor mij dan zomaar wat lettertjes op papier.


Vr - Waarom schrijf je speciaal kinderboeken?
G - Ik heb ook veel verhalen voor volwassenen geschreven.


Vr - Maar toch heb je al meer dan 30 jeugdboeken geschreven.
G - Ja, dat is waar. Je ziet dus dat ik eigenlijk nog geen "oudje" ben. Alles wat ik vroeger meemaakte is nog vlak bij me.


Vr - Heb je nou altijd op Texel gewoond?
G - Nee hoor, na mijn zevende vertrokken we naar Alkmaar. In die stad had ik kameraadjes wonen op alle mogelijke plaatsen. Ik liep dus heel wat af. Pas geleden heb ik een boek geschreven over die tijd. Het heet: Opstand op Texel. We zijn in de "hongerwinter" teruggegaan naar Texel, en daar maakten we de vreseijke opstand van de Georgiers mee.


Vr - Je bent op dierendag geboren. Geef je veel om dieren?
G - Toen ik klein was, vierden we in Nederland nog geen dierendag. Pas na de oorlog zijn we daar mee begonnen.


Vr - Maar je houdt zeker veel van dieren?
G - Ja, dat merk je wel als je mijn boeken leest. Daar komen vaak dieren in voor. En niet alleen honden en poezen, maar bijvoorbeeld ook aapjes en vogels. Dieren zijn eerlijke en gezellige kameraadjes.


Vr - Worden je boeken net zo vaak gelezen door meisjes als door jongens?
G - Daar ben ik zeker van. Ik schrijf nooit een boek alleen voor jongens. De meisjes spelen trouwens vaak een belangrijke rol in het verhaal.


Vr - Bedenk je een boek terwijl je zit te schrijven?
G - Nee, ik bedenk het eerst en dan ga ik aan 't werk. Maar onder het schrijven gaat het verhaal vaak met je op de loop en dan wordt het boek heel anders dan je gedacht had. Ik heb wel eens tien hoofdstukken teveel geschreven voor een boek. Jammer van de tijd, maar je doet er niets aan.


Vr - Voor welke leeftijd schrijf je meestal?
G - Voor jongens en meisjes van boven de acht.


Vr - Las je zelf vroeger ook boeken?
G - Nou! Ik was gek op lezen, en ik had bovendien een paar tantes die prachtig konden voorlezen. Aan een van die tantes heb ik een boek opgedragen. (Schipbreuk op het Wad).

Vr - Van welke schrijvers hield je toen je jong was?
G - C.Joh. Kieviet, W.G.v.d. Hulst, Anne de Vries, A.D. Hildebrand, E. Molt, Jac. v.d. Klei, Nienke v. Hichtum; moet ik nog even doorgaan?


Vr - Op welke schrijver vind je jezelf het meest lijken?
G - Da's een moeilijke! In Kieviet bewonderde ik dat hij over zoveel verschillende onderwerpen kon schrijven. "Dik Trom" speelde in een gezellig dorpje, maar met "Fulco de minstreel" bracht hij je naar de verre middeleeuwen. Dan had je nog een boek als "Het Geheim van de Canadees", dat in de Eerste Wereldoorlog speelde, en "De geheimzinnige Koepel" was weer een heel ander boek. In het schrijven over zoveel verschillende onderwerpen herken ik mijzelf, want ik schrijf ook over vroeger en nu.


Vr - En je schrijft ook over de toekomst.
G - Niet over de echte toekomst natuurlijk, want die weten we niet. Maar het is waar dat mijn boeken soms in een door mij bedachte omgeving spelen, zoals "Het Geheim van de Doomahj", "De verloren Code" en "De Nacht van het stijgende Water."

Vr - Hoe kom je aan de ideeen voor je boeken?
G - Dat is heel verschillend. Soms waaien ze mij zomaar aan, en een andere keer denk ik: dat is een leuk onderwerp, daar ga ik eens mee aan de slag.


Vr - In veel van je boeken komt het geloof voor. Betekent dat veel voor je?
G - Zeer veel! Zonder dat geloof zou ik misschien heel akelige en sombere boeken schrijven.


Vr - Maakt het geloof je dan blij?
G - Beslist!
Niet dat ik de hele dag loop te zingen ofzo.
Maar als je weet dat God de wereld niet vergeet,
en dat Hij prachtige toekomstplannen heeft,
dan weet je ook dat er andere tijden komen.
Hij heeft het laatste woord.


Vr - Heb je zelf kinderen?

G - Een viertal,
en ik heb ook 4 kleinkinderen.







Vr - Wat voor werk doe je eigenlijk?
G - Ik heb veel verschillende dingen gedaan. Het langst werkte ik in de Stadsbibliotheek van Haarlem. Een pracht-omgeving voor iemand die van boeken houdt. Er lagen in de kluis boeken van meer dan vijfhonderd jaar oud. We hadden ook prachtige oude kinderboeken.


Vr - Werk je nu niet meer in de bieb?
G - Nee, ik ben gepensioneerd.
Ik heb nu alle tijd om mijn boeken te schrijven!


Vr - Heb je dan nog schrijfplannen?
G - Als je wist hoeveel...
Hopelijk krijg ik nog wat jaartjes om die plannen uit te werken,want er zitten heel spannende ideeen tussen.

Vr - \/eel succes dan!
G- Dank je wel.


Kijk voor verdere gegevens bij: Werkgroep Christelijke Kinderboeken, uitgeverij Kok en uitgeverij Den Hertog.

Werk voor volwassenen

Naast zijn kinderboeken en-verhalen, schrijft Gerbrand Fenijn ook al jaren voor volwassenen. Van zijn hand werden er zo'n 50 verhalen geplaatst in bladen en bundels. Een paar titels: 'De Speer van Pinchas', 'In Gods Wijngaard is het nooit komkommertijd' en 'Hoogmoed houdt niet van humor'.
Home
Willem de Vink
Willem de Vink
English interview
Willem de Vink
Nederlands interview